Reisverslag Midden-Amerika #3 – De Pacifische Kust van Costa Rica

Een knalroze bus staat op het busstation van Tracopa te wachten om ons van San Jose naar het zuiden van Costa Rica te brengen. ‘Hé, jullie kwamen toch net uit het Zuiden al?’ Ja, dat klopt, aan de Caribische kust maar deze keer dalen we af langs de Pacifische kust. We kwamen naar Costa Rica voor de natuur. En Corcovado National Park zou hét nationale park van Costa Rica zijn met de wildste natuur en de meeste dieren. Zoals je hier regelmatig zal horen, is dit park door NatGeo uitgeroepen tot meest biodiverse plek op Aarde.

Jungle vlakbij Drake Bay

Als tussenstop onderweg naar Drake Bay, de hub voor Corcovado, zijn we een paar dagen in Uvita. Uvita is een beetje een raar dorp, eigenlijk is het geen dorp. Een paar winkels rondom de doorgaande weg naar het zuiden, en dan nog een clustertje hotels dichterbij het strand. We maken de eerste avond nog de fout om 8 uur ’s avonds uit eten te gaan omdat we moe zijn. Om 10u ’s avonds gaan hier de restaurants dicht vanwege corona; maar we moeten vervolgens ook echt tot 10 voor 10 wachten tot we ons eten hebben. Gelukkig hebben ze in ons hostel/hotel en keuken waar we de rest van de avonden lekker zelf kunnen koken.


Pelikanen bij Uvita

Het strand in Uvita is wel echt heel mooi. Het is onderdeel van het Marina Ballena Nationaal Park en dus betalen we braaf onze 6 dollar per persoon nadat we onze gehuurde fietsen aan een hek net buiten de ingang vastzetten. Een man met een T-shirt waar groot een fiets en Amsterdam op staat grijnst ons toe als hij hoort dat we uit Nederland komen.

Uvita

Je komt hier voor de walvisstaartvormige zandbank die alleen te zien is bij laag water. Dus komen alle mensen tegelijkertijd naar het strand. Ze lopen door de hitte en brandende zon naar de staart. Maar deze is eigenlijk alleen mooi te zien als je een drone bij je hebt. Het strand is verder ook prachtig omzoomd door palmbomen met daarachter de beboste bergen. We zoeken een mooie palmboom uit met schaduw waar we uitkijken over zee en een beetje lezen. Vluchten pelikanen vliegen boven ons langs door de blauwe lucht.


De bootpier in Sierpe

Wij gaan door naar Sierpe, vlakbij Panama, waar we de ochtendboot pakken naar Drake Bay. We worden wat verrast door de hoeveelheid mensen die hier wacht op de boot. Ons was verteld dat dit off-the-beaten-track was, maar daarvoor zijn er toch echt iets teveel toeristen. Toch blijft deze boottocht een klein avontuur. Eerst varen we in grote bochten de Sierpe-rivier af door de mangroves heen. Dan slaan we plotseling linksaf de zee op, dwars door de branding. De boot slaat op de golven.

Uitzicht van ons dakterras in Drake Bay

Er is in Drake Bay geen pier of steiger voor de aankomst. We maakten ons van tevoren een beetje druk over de ‘wet landing’. Je stapt zo van de boot het water in en loopt dan het strand op. Dat is gewoonlijk niet zo’n probleem, maar met al je bagage toch wel een dingetje… We hebben geluk dat de branding rustig is wanneer we aankomen. En de bootmannen helpen ons ook de tas droog van de boot af te krijgen. (Een andere dag stapt Alette de boot uit zo een golf in en is ze toch zeiknat tot aan haar navel.)

De tassen droog aan land in Drake Bay

De kustlijn rond Drake Bay is heel wild. We hebben het geluk om in het dorp een van de weinige hotels te hebben met uitzicht over de baai van het gezamenlijke dakterras. En we krijgen er gratis een paartje rode ara’s bij die in de palmen en amandelboom naast het terras luidruchtig ruzie maken. Het dorp is misschien niet moeders mooiste en best een beetje stoffig. Maar het geeft ons wel een end-of-the-road-gevoel.

Ara’s voor onze neus

Ons hoogtepunt in Drake Bay is onze snorkeltour naar Caño Island. Door een stevige deining is het zicht onder water niet geweldig. Toch zien we haaien, schildpadden en roggen. Aan het eind van onze tweede keer snorkelen wenkt de gids ons snel het water uit. Er is iets gezien! Het blijken zwarte zwaardwalvissen te zijn, een behoorlijk grote dolfijnsoort die eigenlijk zelden wordt gezien. Een groep danst om onze boot heen. Dit maakt onze snorkeldag wel echt speciaal.

Koraal bij Isla del Caño
Zwaardwalvissen bij Isla del Caño

In Drake Bay proberen we een tour te regelen naar het Corcovado National Park. We willen graag naar La Sirena  Ranger Station omdat dat de beste plek voor wildlife zou zijn. Het blijkt lastig te regelen, we gaan reisbureautjes af en krijgen steeds ‘nee’ te horen voor de eerstkomende dagen. Het is makkelijker om naar San Pedrillo Ranger Station te gaan.

La Sirena Ranger Station

La Sirena is secundair woud waardoor de dieren makkelijker te zien zijn. In het 3000 jaar oude ‘virgin forest’ van San Pedrillo zitten de dieren meer verborgen en hoger in de bomen. We vinden uiteindelijk een dagtour naar La Sirena op onze laatste dag in Drake Bay (ook de hotels zitten krap in de kamers waardoor verlengen sowieso niet vanzelfsprekend is wanneer wij er zijn).

Riviertjes en zee ontmoeten elkaar bij La Sirena

De dagtour naar La Sirena begint vroeg. We staan met zonsondergang op het strand om ruim een uur naar het park te varen. Daar wordt onze temperatuur gemeten, kunnen we onze wandelschoenen aandoen (en even onze voeten en handen wassen) en wordt het gastenboek getekend.

Schoenen aan bij aankomst La Sirena

Wildleven zien we in La Sirena genoeg! Het meest bijzondere dier waar men hier trots op is, is de tapir. We hebben het geluk een tapir-moeder met kind slapend langs een pad aan te treffen.

Tapir-tiener
Pekari

De gidsen houden elkaar goed op de hoogte waar beesten te vinden zijn dus als er iets valt te spotten is de kans groot dat jouw gids het vindt. We zien ook een grote groep pecari, bosvarkentjes, die onschuldig lijken, maar in een groep samen een gevaar zijn en zelfs een jaguar kunnen doden.

Prachtige gekleurde vogels verschuilen zich in het bos en we zien zelfs een hert, een rood spieshert, dat ons onbewogen aankijkt terwijl met z’n tienen staan terug te staren, tot het genoeg van ons heeft en wegspringt dieper het bos in.

Maar ons hoogtepunt hier is de fer-de-lance, de gevaarlijkste, dodelijkste slang van het continent die voor onze neus een reuzengekko aan het verorberen is. Zoiets hebben we nog nooit in levende lijve gezien. Tussendoor doen we voor een korte pauze La Sirena Station aan, gelukkig verkopen ze hier koekjes en kleine broodjes, want je mag echt helemaal geen eten mee het park innemen – vooral om te voorkomen dat dieren gevoerd worden of eten leren stelen. Bij het aanlanden wordt je tas zelfs op eten gecontroleerd.

Ontbijt voor de terciopelo, oftewel fer-de-lance slang

We gaan ook weer op nachttour. Hiervoor moeten we kaplaarzen aan. Onze bergschoenen zijn echt niet genoeg volgens de gids. Mmmm, wat gaat dit worden… Het blijkt dat we na een korte jeeprit over een donkere bostrap vol tarantula’s naar beneden afdalen naar de rivier. En dwars door de rivier lopen op zoek naar…

Deze boomslang is niet eng

We hebben een gids en een spotter bij ons. Opeens roept onze spotter uit het donker voor ons ‘¡Ai! Casi me pica…’ (Ai, hij bijt me bijna!). Het is geen grap. We komen voorzichtig dichterbij en zien een slang zich tussen een hoopje bladeren en rivierkiezels oprollen en zijn hoofd optillen. De onderkant van zijn kop is felwit. Het is een fer-de-lance.

De terciopelo in de rivier

We worden gewaarschuwd ruim op afstand te blijven want deze slang is agressief. J. had ergens gelezen dat deze slangen vaak met z’n tweeën bij elkaar worden gevonden. En ja hoor, een tiental meters verderop ligt er nog één in de rivier waar we met onze laarzen instaan. Met een grote boog proberen we om de slangen heen te komen. Veel ruimte is er niet en de laarzen lopen vol met water. We moeten straks dezelfde weg weer terug, en onze gids bezweert de spotter de slangen achter ons in de gaten te houden terwijl wij verder lopen.

Gelukkig verder weinig slangen…

Misschien is de spinnenfobie van Alette nu wel wat minder geworden, want die zijn hier wel minder eng dan in Australië. De slangen daarentegen zijn hier verschrikkelijk eng (weet je nog die uit ons blog in Cahuita NP…). En we hebben er ook nog nooit zoveel gezien in korte tijd. Hallo, welkom nieuwe fobie!

Kikker-Valentijn
Vrouwtje van de roodoogkikker met een mannetje op haar rug

Het overige wildleven dat we op deze nachttour vinden, los van de spinnen, is veel minder eng en juist ook waarvoor we de tour deden: kikkers! Het is bijna Valentijn en verschillende soorten kikkers hebben overal romantische onderonsjes, ook de roodooggifkikkers! Overal door de rivier springen reuzenpadden die ongevaarlijk zijn tot je ze oppakt. Dan kunnen ze een gif afscheiden dat – vooral voor honden enzo – dodelijk kan zijn.

Reuzenpad
Cat-eyed snake

Met al dit wildleven zijn we bijna aan het eind van onze tijd in Costa Rica. We gaan weer terug naar San Jose met de boot en de bus. Zo krijgen we nog even een glimp van het echte Costa Ricaanse massatoerisme als we over de ‘krokodillenbrug’ en door Jaco en Quepos (Manuel Antonio) rijden, twee enorm populaire plekken. We vinden het dan ook niet erg dat we deze plekken hebben overgeslagen. Nu snappen we wel een stuk beter waarom Corocovado ‘remote’ wordt genoemd en de Caribische kust ‘laidback’. Achteraf zijn we uiteindelijk echt wel tevreden met de plekken die we hebben uitgekozen en de natuurparken die we zagen in Costa Rica.

Drake Bay

Dit deel van onze reis sluiten we helaas af in een tandartsstoel in San Jose. Natuurlijk breekt dat ene stuk kies af in de uithoek Drake Bay, net vóór het weekend, net ná je een ticket naar Guatemala hebt geboekt voor over drie dagen, en met nog een lange busrit te gaan terug naar San José. Dat zijn toch niet de ‘eerste-keers’ waar je op hoopt: de eerste keer naar de tandarts in het buitenland…

Gelukkig werken de tandartsen hier wel in het weekend en vinden we een Engels sprekende tandarts die ons wil helpen.

De covid-testlocatie van Clinica Biblica in de parkeertoren tegenover het ziekenhuis

San Jose en onze laatste dagen in Costa Rica staan zo voor ons in het teken van dokters. De dag na het tandartsbezoek mogen we nog even een antigeen-covid-test doen voor Guatemala. We gaan naar het lokale ziekenuis Clinica Biblica, vreemd genoeg op de bovenste verdieping van de parkeergarage. En krijgen heel netjes na 2,5 uur op de mail de positieve uitslag dat we negatief getest zijn.

Uitzicht over de heuvels van San Jose vanuit ons appartment-hotel

Gelukkig hebben we een fijn appartement met een kingsize-bed waar ze in Thailand “U” tegen zeggen. We Über-en nog even naar het centrum waar we in café Alma van het Nationaal Theater koffie drinken en empanada’s eten, die gelukkig heel zacht zijn om op te kauwen.

Jeroen glipt bij zijn bezoek aan het toilet nog even het theater in voor een fotootje van het trappenhuis en de zaal en wordt vervolgens streng toegesproken door de bewaker dat dat toch echt niet de bedoeling was. Natuurlijk moet/kan je gewoon een kaartje kopen om het echt goed te bekijken 😉

Nationaal Theater van Costa Rica
Nationaal Theater van Costa Rica

Intussen zitten we in Guatemala bij te komen van de tandarts en onze Costa Rica avonturen. Een heel ander land ook al is het maar een uurtje vliegen.  We zouden eerst naar Nicaragua gaan, maar hadden zin in echt iets heel anders, en wat mildere temperaturen. Zo veranderen de plannen nog elke week.

Heb je vragen over Corcovado N.P. of de Pacifische kust van Costa Rica? Of heb je eigen ervaringen? Deel ze hieronder met ons!

thebookofwandering

2 gedachten over “Reisverslag Midden-Amerika #3 – De Pacifische Kust van Costa Rica

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Terug naar boven